Wie is bang van possibilisme?


De term was mij onbekend, voorgaande ‘odes’ heb ik niet gelezen. Voor mezelf en de onvoorbereide lezer formuleer ik een korte inleiding, voor meer info verwijs ik naar het woord vooraf van Frank De Vos.

‘Het possibilisme was een reformistische, socialistische stroming die tussen 1881 en 1905 een belangrijke (politieke) rol speelde in Frankrijk. Grondlegger was Paul Brousse, die wilde het socialisme invoeren door middel van geleidelijke politieke hervormingen.’ (met dank aan Wikipedia). De beweging ging op in een groter geheel, de naam geraakte blijkbaar in onbruik maar werd weer opgepikt door de Zweed Hans Rosling. Men raadplege hierover de Ted lezingen op YouTube waar de wetenschapper vlot, humoristisch en gewapend met statistieken zijn vooruitgangsoptimisme weet over te brengen. Op haar beurt pikte wijlen VUB-rector Caroline Pauwels de term op, maakte die tot steunpilaar van haar ideeën omtrent Verlichting en levenskunst, dit vanuit Humanistisch perspectief; een radicale inzet voor een betere toekomst, uitgedrukt in publicaties als Ronduit. Vat men de term filosofisch op dan stelt het possibilisme dat er dingen (gebeurtenissen) zijn die niet bestaan maar wel hadden kunnen bestaan, noem het een alternatieve actualiteit. De vraag luidt dan: zijn waarschijnlijkheden onmogelijkheden als je de complete gegevens hebt? Possibilisme staat hier tegenover determinisme.

In de bundel Ik wil begrijpen, tegenspraak en vernieuwing brengen zes dichters een (volgende) ode aan het possibilisme. In drie delen brengen ze per thema elk één gedicht naar voor.

Eerste deel: IK WIL BEGRIJPEN, HANNAH ARENDT

Astrid Arns, Grip (fragment)

We vonden een mompelend lichaam in het gras.
Ooit iemands dochter, onder kranten en vodden,
de armen gekruist. Vuil likte met tongen.


Is begrijpen mogelijk, worden we niet voortdurend geconfronteerd met het onbegrijpelijke? Bestaat er zoiets als een maakbare samenleving?

Max Temmerman, Sterrenkijker (fragment)

Het is een grijs niet-weten dat ons bindt.
We hebben nachten vandoen met sterren
die op één lijn lijken te staan, blindelings.
Verbind de stippen en wat zie je?


Ook deze dichter twijfelt aan de greep die we hebben op de werkelijkheid, oriëntatie is moeilijk, we turen in de nacht en verbinden de stippen.

Tweede deel: TEGENSPRAAK

Bart Stouten, In stille dialectiek (fragment)

Storm schrikt de zee op. Zo plots.
Ik wil mijn tegenspraak begrijpen
ontgrendel een donker universum
dat nieuwsgierig op me wacht


De dichter zet een stap richting het onbekende, een raadselachtige mogelijkheid dient zich aan, dit roept verzet op.

Frank De Vos, -isme fobie (fragment)

Met dit vers breek ik open.
Bij het haar sleur ik woorden over dit blad
en trek een frontlijn.


De ik-figuur verzet zich tegen elk -isme, wil van geen wijken weten, vol vertrouwen vuurt hij woorden af. Gaat het om een papieren tijger?

Derde deel: VERNIEUWING

Jana Arns, Aokigahara (fragment)

De klok wijst overuren aan
wanneer ze inlogt, zich verbindt
met wie ook een eindtijd koos.


Zelfmoord blijft een mogelijkheid, oud als de mensheid, nieuw is deze Japanse manier, websites die uitnodigen tot de dood.

Paul Demets, Zandvorm (fragment)

Zand stuift op tot meer zand.
Het andere is hetzelfde.
Er is geen vreemde die ligt te slapen
Die vreemde dat zijn wij.


Een steeds veranderend landschap, creatie van zand en wind, kan er sprake zijn van wezenlijke vernieuwing? Ook de andere dichters dragen in het laatste deel bepaald niet bij tot een hoopvolle conclusie, men beluistert hier eerder ironische en droevige tonen. Enigzins spijtig? Had het anders gekund of moest het zo zijn? Het antwoord van de possibilist laat zich raden.


Ik wil begrijpen, tegenspraak en vernieuwing. Een volgende ode aan het possibilisme, met tekeningen van Anne Van Herreweghen, Uitgeverij P, Leuven, 2025

(Cel Vermeulen)