Hilde Pinnoo publiceerde de roman Valtuig (2019) en vier dichtbundels: Dichter dan mist (2005), Zonder testament (2008), De gevoelige plaat (2013), Brakke dagen (2021) en met collega-dichters Lopen op los zand: gedichten om kanker neer te schrijven (2017). Als eerbetoon aan Hilde, die een strijd voert met Parkinson, kozen vijfentwintig bevriende auteurs een gedicht van haar waarmee ze in dialoog gingen.
Na het openingsgedicht Los van Chris Perdieus (… angst/ om het niet verwachte/ snoert de adem af/ ontneemt de toekomst/ steelt jou/ van ons) volgen vier cycli die de titel dragen van haar bundels, met als slotstuk een cyclus van twee gedichten: Lopen op los zand. Op de linker pagina’s een gedicht van Hilde, wat resulteert in een mooie keuze uit haar werk; rechts het dialooggedicht van de deelnemers aan dit initiatief.
Enkele dichters leverden een gedicht af dat een identieke opbouw heeft als het gedicht van Hilde dat hen inspireerde: Daniel Billiet (Geaard in regen), Hilde Van Cauteren (Meisje), Sandra Aerts (Onbevangen) en Lief Vleugels (De geur van aarde).
Ter illustratie: Oude aarde (Hilde Pinnoo): Zo lusteloos als een lijf/ kan worden, toevlucht zoekt/ in de donkere bossen, om weg/ te zijn, om te zijn. (…) De geur van aarde (Lief Vleugels): Als het lege huis tussen de pijnen/ van het ruisende woud, waar/ geen haard meer knispert, geen lach/ de kamer vult (…).
Ik denk dat ik toen al van je hield levert heel wat sterke poëzie op van de bevriende dichters. Ann Van Dessel in stuwkracht: hoe zou je dat noemen, zoals je/ in een lucide droom jezelf bestuurt,/ naar de rand van de afgrond schuift/ en in slow motion naar de diepte duikt. (…) Uit Sneeuw van Lieve Desmet: (…) We drenken dit huis in tranen,/ tot we opnieuw bloeden, of - als een Inuit -/ honderd namen roepen,// allemaal sneeuw vóór de zon. Uit Ex aequo van Gerda De Preter: (…) Wat is dit wachten waard?// Waarom deze harteklop,/ dit onophoudelijk snakken/ naar adem, lijf en leden?// Alsof we ooit, misschien, hoe vluchtig ook.// En toch.
Het herlezen van de gedichten van Hilde Pinnoo zelf bevestigt nog maar eens haar uitmuntend dichterschap. De laatste strofe uit Ga weg: Je geeuwt/ tegen me aan. Ik zal/ niet weggaan. Ik zal blijven/ tot iedereen ons is vergeten,/ tot er gras groeit in de straat,/ alleen voor onze voeten. Hoogseizoen: (…) Ooit volstond de eenzaamheid/ van een amoebe - even wachten en het lukt/ gegarandeerd opnieuw. Inuit: (…) Niemand durft deze dagen nog/ te janken, tenzij met de ogen/ en de lippen droog, uit angst voor/ de ruwe pijn van onsplijtbaar wit.
Ik denk dat ik toen al van je hield, een bloemlezing uit het oeuvre van Hilde Pinnoo en dialooggedichten van vijfentwintig collega’s, is een bijzonder eerbetoon aan een al even bijzondere dichteres.
Ik denk dat ik toen al van je hield, Hilde Pinnoo & vrienden, Uitgeverij P, Leuven, 2026, ISBN 978-90-73214-00-2
(Roger Nupie)






















