Harry G. de Vries (1961) komt met Faam. De ‘G’ in zijn naam staat voor Geert. Hij komt uit een oud Enkhuizer geslacht waar die naam al sinds de 17de eeuw wordt doorgegeven in de familie. Hij heeft een veel voorkomende achternaam en hij gebruikt die ‘G’ om zich te onderscheiden van andere naamgenoten.
Hij debuteerde in 2003 als vertaler van de Engelse dichter Philip Larkin. Dit werk droeg de titel Sneeuw Valt op een Zondag in April en verscheen bij uitgeverij Wagner & Van Santen in Dordrecht, nadat de Vries daar was voorgedragen door de stadsdichter van Dordrecht, Jan Eijkelboom, die bekendstond als dé Larkin-vertaler in het Nederlands taalgebied.
Behalve van Larkin is De Vries een bewonderaar van Elizabeth Jennings en Seamus Heaney. Maar meer nog is hij beïnvloed door de Amerikaan Garrison Keillor, wiens dagelijkse keuze voor een gedicht op zijn site, The Writer’s Almanac, een inspiratiebron vormt.
Bij Uitgeverij WEL in Bergen op Zoom verscheen in 2020 zijn Engelstalige dichtbundel Colourisations. Zijn keuze voor het Engels heeft met de bewondering voor zijn idolen te maken.
In 2022 verscheen zijn berijmde vertaling van het Halliwell Manuscript uit 1425, de oudst bekende bron voor de internationale vrijmetselarij. Uitgeverij GiST in Delft publiceerde in 2024 zijn debuutroman Het horloge van Celis. In 2025 wees dezelfde uitgever, gevolgd door nog veertien andere uitgevers, zijn manuscript van Faam af. GiST motiveerde de afwijzing als volgt: Faam bevatte te veel poëzie voor een prozalezer en teveel proza voor een poëzielezer. De uitgever vreesde dat het daarom geen winstgevend project zou worden.
Het idee om de roman dan maar in eigen beheer uit te geven schoof De Vries van tafel. Hij had een beter idee: iedereen mag deze roman gratis downloaden.
https://sites.google.com/view/faam-de-romanDe Friezin Johanna Hofstra is het middelpunt van de roman die uit drie delen bestaat met respectievelijk twaalf, zestien en elf hoofstukken. Met naast basale titels soms ook wonderlijke en intrigerende: Rustplaats der zeemeerminnen, Cultureel Supplement, Ik Heb Je Magnetische Stem Bewaard, Onze Nacht Komt Nog en Het Misthoornstation… om er maar een paar te noemen.
Op bladzijde 57 zegt de schrijver “Faam boeit me niet. Ik word door een podium opgeduwd, terwijl ik meer geschikt lijk om vanuit de coulissen te opereren en, nou ja, dienstbaar te zijn aan kunst die verloren kan gaan als ze niet wordt beschermd.”
Het woord faam stamt af van het Latijnse fama. In de Romeinse mythologie was Fama de godin van het gerucht. Ze werd gezien als een boodschapper die ieders heldendaden, maar ook roddels, over de wereld uitbazuint.
Het boek wil laten zien hoe roem – of het gebrek daaraan – niets zegt over de waarde van een kunstwerk of de schepper daarvan. De schrijver acht de lezer hoog en daagt de lezer uit om waarheid en leugen voortdurend tegen elkaar af te wegen. De gedichten zijn hierbij als foto’s in een film. Faam is een interessant experiment. Het boek verdient absoluut dat je zou moeten kunnen terugbladeren.
(Frans A. Brocatus)






















