De Nederlandse dichter Henk Ester debuteerde in 2013 met de bundel Bijgeluiden, bekroond met de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut van het jaar 2013, uitgereikt op Poetry International. Bijgeluiden is het eerste deel van de gelijknamige bundelcyclus. Daarna volgden, met telkens drie jaar tussen de opeenvolgende bundels, E-groot is rood (2016), Het vermoeden van Witten (2018), Wiskunde van lyriek (2021), Kameren van Vuur (2023) en recent verscheen het zesde deel, net als de vorige uitgegeven bij De Arbeiderspers: Raamsopranen.
“In dit zesde deel van Esters bundelcyclus Bijgeluiden legt de dichter zijn oor te luisteren bij de klank als klank”, lezen we op de achterflap. En ook: “Wie in Utrecht over de Mariaplaats loopt, hoort – met een beetje geluk – flarden violen en raamsopranen. Toonladders. Of de ramen nu openstaan of niet, het conservatorium laat van zich horen. Klanken. De kunst van beginnen”.
De 17 cycli, variërend van twee tot vijf gedichten, op vier na alle zonder eindpunt, kregen ook de titel Bijgeluiden mee en zijn Romeins genummerd. Klanken blijken inderdaad een centraal gegeven. Uit de cyclus Bijgeluiden LXXXVIII- Stilaan het gedicht Doorslaan:
Klanken zeggen niets, maken van verre buren
lokaal publiek, kennen geen territoriumdrift
het zijn lokalen die marcheren Klanken zijn
non-lokale drift, geven aan alles en iedereen
de ruimte, niet specifiek, citeren zonder waarom
Klanken zoeken niet, zijn: publiek, vrij, open
wegkijkend beginnend kamermuziek Klanken
zeggen niets, vieren geven, kameren publiek
Uit de cyclus Bijgeluiden XCI - Doorslaan het gedicht Binnenskamers:
klanken wachten niet op woorden
zij wachten buren binnenskamers
het vermoeden van een taal
wachtwoorden waarin klanken resoneren
rondzingend kameren klanken de vreugde
van verlopen rituelen en wachten woorden
ruimte van vertrek
De dichter is een (over)denker. Uit de cyclus Bijgeluiden XCIII – Inwonen het gedicht “Mijn brein staat open”. In de Aantekeningen wordt vermeld dat dit een uitspraak is van de Hongaarse wiskundige Paul Erdös.
Het spookdeeltje in het denken schreeuwt tutti en vertrekt
Motor van meercelligheid Drijft kamers uiteen Voordat zij
zijn ingericht Zijn lyriek is vreugde Opmerkzaamheid
Dirigeert een onuitgesproken vlucht Verlangt niets
Hoort eenvoud, neemt afscheid Deelt geen begrip, geen
onbereikbaar slotakkoord Spookdeeltje Dat het diepste
zwart bedacht Het felste licht heeft voorgesteld Het duurt
Blijft achter bij wat het voorstelt en vertrekt Er huist
een dichter in het denken.
Muzikaliteit troef in deze bundel. De plaat Kind of Blue van Miles Davis inspireerde de dichter tot dit gedicht:
Blue in Green
hoe hij
in de vanzelfsprekendheid van de grond
wegsterft op 39 kilometer hoogte
hoe hij
opvliegend in de vreugde van vertrek
weegt
de vleesvergeten chaos van afwezigheid
hoe hij
roept in herinnering
windkamers wachtend de zweefdraad
hoe hij
instantaan dáár op hoogte
wordt
een lofzang op verlaten
Met deze aantekening bij “verlaten”: Van Dale: over of uit laten vloeien; wijn verlaten, van het ene vat in het andere gieten.
Henk Ester heeft binnen dit streng gestructureerde en volgehouden concept van Bijgeluiden een intrigerende, gevarieerde bundel afgeleverd.
Raamsopranen, Henk Ester, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2026, ISBN 978 90 295 5559 3.
(Roger Nupie)
