‘Ook al kijkt de dood geregeld om de hoek, ik ben nog niet van plan om te verdwijnen’ zo staat te lezen in de flaptekst van Aan de vooravond, ondertitel ‘wat ik nog zeggen wil, voor het geval dat’, de nieuwe bundel van Miel Vanstreels. Hiermee is al veel gezegd. De dichter, geïnspireerd door alledaagse of beter gezegd universele thema’s, houdt het graag simpel. Hij steekt geen veren op zijn hoed; hier geen ambitieuze experimenten, vernieuwingsdrang, buitenissigheden, ideologieën, of pathologieën, behalve, wat het laatste betreft, een alledaagse maar daarom niet minder gevaarlijke vaatverwijding. Uit het gedicht verwijding:
straks weet ik hoe het
gesteld is met mijn
aangetaste vaten
hoe ik kijken moet
naar het vallen
van de bladeren
Ik vermoed dat qua vorm Vanstreels inspiratie vind in Japanse versvormen als Senryu en Tanka; nergens tel ik een regel die meer dan zeven lettergrepen bevat. Ook treft men hier vaak het haiku-verrassingeffect aan, waardoor het gewone plots ongewoon wordt:
Begrafenis
Drie broers begraven
hun vader, heel de kerk
weet dat een van hen
niet lang meer
te leven heeft,
op het kerkhof,
bij het graf
vult hun moeder
de stilte
met wat nog
komen gaat
Familie blijkt een belangrijke inspiratiebron, daarvan getuigt onder anderen de kleine cyclus The Family in het begin van de bundel, waaruit ik het eerst gedicht licht:
Aan een lange tafel
zitten we met z’n allen
richting tachtig
te gaan
naarmate de avond
vordert maakt de alcohol
het leven lichter
’t is wachten
tot de echte uittocht
gaat beginnen
steeds meer gevechten
zijn niet meer te winnen
Ook de jongere en de allerjongste generatie krijgen hun plaats. In ziekjes blijkt een kleinkind hoewel ze naar buiten wil, het in de wandelwagen toch niet niet helemaal naar haar zin te hebben:
heel de weg
droomt ze stilletjes
voor zich uit
in een goed gesprek
heeft ze geen zin
in opagrappen
evenmin
Veertig jaar lang heeft de dichter in een ziekenhuis gewerkt, het heeft hem getekend in positieve zin.
De verpleging
Geen betere leerschool
dan een ziekenhuis
ook al kreeg ik
geen diploma voor
wat ik vond
hoe langer je
naar de dood kijkt
hoe dichter je bij
het leven komt
Hieruit spreken realiteitszin en ware empathie, en een gebrek aan zelfbeklag die de lezer moeiteloos voor hem innemen. Wat de liefde betreft, pedalerend langs de Noordzee noteert de dichter in Mijn lief en ik:
als zij
langs het strand
op de schelpenpaden
door de duinen
het ruisen
van de golven
door haar hoofd
voelt waaien
zie ik in haar blik
weer dat weidse
dat mysterieuze
waar ik een halve
eeuw geleden
verliefd op werd
Miel Vanstreels deelt met ons zijn praktische wijsheid, hij herinnert aan de oude tijdloze Chinese dichters. Kan dichten zo eenvoudig en noodzakelijk zijn als het knippen van de teennagels?
Aan de vooravond, Miel Vanstreels, Uitgeverij Haute Folie, Maastricht, 2026, ISBN 978 940 384 8990
(Cel Vermeulen)
