Alles waait


Van Frans Kuipers (˚Vught, 1942) verschenen acht gedichtenbundels. Het begon in 1997 met de bundel Wolkenjagers en met tussenpozen van twee à vijf jaar verschenen de volgende bundels. In 2016 werd Geen ander antwoord uitgegeven.
De titel van de bundel is tevens de titel van een cyclus. In het vijfde gedicht besluit hij als volgt:

achter ieder woord staan andere woorden,
in elke druppel golft de zee,
in iedere foetus glimlacht de galaxis,
al wat vaststaat liegt: alles waait.

De vijf cycli waaruit de bundel opgebouwd is kregen de volgende titels mee: Het sterft van de verloren dromen hier, Waar te beginnen, Alles waait, Passages en Narrenliederen.

Het openingscitaat van de bundel noemt het waaien niet maar wel de wind, de stuurloze of misschien wel berekenende veroorzaker van het waaien:

Hijs het hemd, Stekeltje, we peren ‘m’
‘Waar gaan we heen, Gladde Aal?’
‘Naar waar de wind het wil, Stekeltje,
naar waar de wind het wil.”
(Sister Espe, uit ‘Geen waanzee te hoog’)

In de gedichten staan soms stukken tekst cursief gedrukt. Het zijn adempauzes, verklaringen, antwoorden op eerder gestelde vragen, soms bijzondere poëtische intermezzi zoals in het gedicht op bladzijde 49:

Paarden zonder zadel zijn het mooist.
Een slapend paard in de stal bij hooilicht vrediger iets ken ik niet.
….
Naakt op een paard over een leeg strand galopperen is Goed.
…..

Toch wisselen prachtig geformuleerde gedichten elkaar af met schrijfsels die op de rand van het cliché balanceren of enkel maar de schouders doen ophalen. Wat moet ik met een ‘gedicht’ als dat op bladzijde 43:

Als jij water bent
            dan ben ik rimpeling.

Als jij wolk bent
            dan ben ik regenplas-oog
….

De dichter heeft ook een, niet altijd even geslaagde voorkeur, voor het maken van nieuwe woorden of lange samengestelde woorden:

…puzzelstukkenmens…goudgisterend…honinghalend…kwalenhoedend…..
lantarenlichtplassen….Blindengeleiderswind…waterschaatsende…paniekpiepend…
regendrupfijnen….vliegebeestjes….verfijnsprookte….koedeweidegoedheid…
dageraadsnieuw…goudletterlijk..

Daartegenover staan prachtige, helder geformuleerde, indringende en aansprekende regels zoals:

Het sterft van de verloren dromen hier
….
een reiziger ben ik in raadsels,
vrees, verlangens en mirakels.
….
Een verwaaide kraai zou zijn grafrede uitspreken.
….
-ik was een wandelaar,
andere gedichten zou ik hebben geschreven
was ik geen wandelaar geweest.
….
nooit komt er aan het worden van wolken een einde.
de lichtengel in haar ogen kijken wil ik als het uur gekomen is.

Alles waait is een bundel met hoogtes en laagtes. Ik vind dat de dichter soms het beeld van een zakdoek nodeloos vergroot tot een tafelblad. Toch ben ik gecharmeerd en alleen al voor de cyclus Passages verdient hij meer dan een schouderklop.

WINDGEZEGDES, waterpraats,
inmengingen ook van sterren en maan;
iemand zei mij eens ‘poëzie is meer
dan papieren zaak van dichtertjes meneer.”

KRAAI ik heb het in orde gemaakt.
Ik dacht ik red het niet
maar het wonder bewoont mij weer
en het raadsel is mijn beste kameraad.
De wind is gaan liggen
en mijn haar zit weer goed.
Kraai ik heb het in orde gemaakt.


Alles waait, Frans Kuipers, Uitgeverij Atlas/Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2019, ISBN 978 90 254 5455 5

(Frans August Brocatus)

Stad van alle seizoenen


Het stadsdichterschap. Hoeveel dichters zouden hun moeder niet vermoorden om die taak te mogen doen? Hoe velen zijn er niet, die ervan overtuigd zijn dat die titel hen toekomt? Hoeveel dichters zijn er niet, die de uitdaging niet aandurven of zich niet willen blootgeven aan de te verwachten kritiek? Die vaak ondankbare opdracht wordt dan toch door enkele dapperen aanvaard. Een dergelijk dichter, met ballen, is de stadsdichter van Deinze Luc C. Martens. Hij debuteerde in 2012 met de bundel Hoop op stille muren. Vanaf dat jaar is hij aan zijn literair oeuvre gaan beitelen. Het werd een reis doorheen een wereld van verwondering. Naar aanleiding van zijn 5-jarig stadsdichterschap (2014 -2019) werd een zeer mooie gelegenheidsbundel uitgebracht. Poëzie is voor Martens de tegenpool voor zijn status als wetenschapper. Het is zijn middel tot onthaasting. In zijn lokale habitat is hij zijn voelhorens gaan testen om tot een uitgebreide reeks gelegenheidsgedichten te komen. Het werd een openbarende verzameling verzen die romantisch, scherpzinnig, lyrisch, empathisch en detailrijk zijn. Bedoeling was om de poëzie dichter bij de mensen te brengen. Het moest dus toegankelijke poëzie worden. De onderwerpen zijn zeer gevarieerd, hoe kon het anders. Enkele voorbeelden: Ode aan de eerste stadsdichter van Deinze M. Carrette, een gedicht over het nieuwe dienstencentrum, 150 jaar kasteelheren op Ooidonk, de Canteclaerfeesten 2017, de Schotse dagen, een reeks schaakgedichten naar aanleiding van het bezoek van de Russische Anatoli  Karpov, tedere verstilde poëzie voor de kinderbegraafplaats Vlinder, verzen rond dementie, een gedicht voor de wijngilde en nog zoveel meer.

Tussen lippen en wijn

hij bekijkt haar zijwaarts, zijn vingers
draaien haar. in kaarslicht omarmt hij
de rijpheid. bedacht op kristal beweegt
hij haar, op het ritme van de wals

de neus diep, de ogen gesloten ruikt hij
haar, de rode vruchten. bedriegt zij hem
met kruiden, het verborgen hout
of dat puntje chocolade?
aangezogen adem aait zijn tong
die rolt tussen zoet en zuur.
speurend naar bitterheid en evenwicht
wordt hij door droesem verleid

ze geeft hem alles. hij neemt haar vol
en gulzig, laat haar weer los. hij twijfelt
hoe ver de jaren reiken, wil haar terug zien.
tussen lippen en wijn, het betraande glas

De dichter kon rekenen op de belangrijke logistieke en financiële steun van het stadsbestuur van Deinze. Stad van alle seizoenen is verrijkt met fotografie van Ive Steyaert, schilderijen van Jesse Van Gompel en grafisch werk van Sylvie van Hulle. Luc C. Martens ontplooide heel wat creatieve invalshoeken en ging samenwerken met anderen die als gelijken werden behandeld. Die symbiose kwam tot heel fijne eindresultaten. Zo werden heel wat diverse boekleggers gecreëerd die nu echte collectors items zijn. Wat niet mag vergeten worden, is het feit dat de auteur de pulserende kracht was om de Vlaamse Poëziedagen nieuw leven in te blazen; een nieuw en nodig elan te geven. Deze manifestatie organiseerde Luc C. Martens op het kasteel van Ooidonk.

Stad van alle seizoenen, Luc C. Martens, Uitgeverij P, Leuven, 2019, ISBN 978 94 92339 87 4

(Frank Decerf)

De vorm van Ierland


Truus Rozemond is psycholoog, gespecialiseerd in leerprocessen. Ze werkte aan de Hogeschool van Amsterdam en aan de UvA. Eerder werden van haar de romans Een verwaarloosd huis (2015) en Tussenruimte (2017) gepubliceerd.

De vorm van Ierland lijkt een wat abstracte titel maar als hij plots in het boek oplicht blijkt hij goed gekozen en precies op de juiste plek te verschijnen.

Het boek opent met een citaat van Esther Perel. Een betere introductie tot de roman kon de schrijfster niet kiezen: Het verleidelijke van een affaire is vaak niet zozeer die nieuwe partner, maar de ontdekking van je nieuwe ik. Esther Perel is psychotherapeut en schrijfster van de succesvolle en vele malen vertaalde boeken Erotische intelligentie en Liefde in verhouding. Zij is bekend door haar onderzoek naar de spanning tussen de behoefte aan veiligheid en de behoefte aan vrijheid in menselijke relaties.

Het boek bestaat uit vier delen: I. Zomer 1994, en wat er aan vooraf ging, II. Herfst 1994, III. Winter 1994/1995 en IV. September 1995. Hierbij valt op dat het eerste deel het meest omvangrijke stuk van het boek is. De schrijfster nuanceert ook door Herfst en September als dusdanig te benoemen waardoor het seizoen en de maand een diepere lading krijgen.

De hoofdpersoon van de roman is Anna. Zij is op zoek naar een eigen identiteit. Het overlijden van een vriendin vormt een keerpunt. Mannen zowel als vrouwen, kruisen haar leven. De vraag of iemand heteroseksueel of homoseksueel is wordt ondergeschikt. Het gaat om meer mens zijn. Het gaat om grenzen overschrijden maar ook in die relaties grenzen aangeven, benoemen wat wel en wat niet. En dat niet enkel op seksueel vlak. De kracht van de roman schuilt in het overstijgende hiervan. Er wordt genuanceerd. Liefde kent meerdere vormen. Wat vriendschap genoemd wordt is misschien wel liefde en omgekeerd. Bij deze roman gaat het om een, wat ik wil noemen, ‘universeksualiteit’. Dat maakt haar zoektocht, langs vrouwen, mannen, interessant omdat de eenduidigheid, het absolute wegvalt. We zijn als mensen, als we eerlijk zijn, niet uitsluitend homoseksueel of heteroseksueel. We hebben gevoelens voor beide seksen. Het is juist een verrijking om daar aan toe te geven. Intimiteit kan uit een seksuele of een spirituele beleving bestaan of uit beide.

Vanaf de eerste regel raak je betrokken bij het leven en de reis van Anna. De schrijfster weet op voortreffelijke wijze ervaringen en feiten in een vorm te gieten die je als lezer en als mens vervoert. Vervoeren heeft dan een dubbele betekenis, enerzijds het ‘brengen van één punt naar een ander’ en anderzijds ‘je in een andere geestelijke staat brengen’.

… Zelf verlang ik niet speciaal naar een man. Ik wil juist leren om aandacht en intimiteit te ervaren zonder dat ik daar iets tegenover moet stellen. Denk terug aan een mooie ervaring en laten we verder gewoon vrienden zijn. Ik houd van je maar niet als minnares.


De vorm van Ierland, Truus Rozemond, Uitgeverij Magonia, Utrecht, 2019, ISBN 978 94 92241 28 3

(Frans August Brocatus)

Zeerslag


Monica Boschman is al een paar keer in de prijzen gevallen; dat bewijst dat haar poëzie door bepaalde juryleden gesmaakt werd. Zij schijft ijverig. Nu presenteert zij haar debuutbundel Zeerslag. Een mooie uitgave mede door de kleurrijke kaft met kunstwerk van Handan Arik. De bundel is opgedeeld in 5 cycli van 8 gedichten. Monica schrijft voornamelijk korte gedichten. Ze schaaft voortdurend aan haar verzen zodat oudere gedichten af en toe in een nieuwe versie worden aangeboden. Poëzie is eigenlijk altijd schrappen. Ze concentreert zich voornamelijk op: de nostalgie van het leven, de geboorte, de jeugdjaren, de liefde en de relatiebreuken die daaruit voortvloeien, het ouder worden en enkele filosofische overpeinzingen. Een heel scala dus. Haar poëzie moet af en toe traag gelezen worden. De onduidelijkheid van sommige versregels vraagt dat. Ze houdt het rijm strak onder controle en bereikt daardoor een interne muzikaliteit. Ze vergroot die kracht door een luchtige taal vol diepere lagen. De lezer als archeoloog. De lezer, ontdekker van eerlijke poëzie. Ze gooit alle moeilijke gedoe overboord, maar richt zich daardoor vooral inwaarts. Zij concentreert zich vooral op de kleine pijnen. Wat verder in de wereld gebeurt, lijkt haar niet te raken. Haar poëzie is in evolutie. De sterkste gedichten uit Zeerslag beschrijven de trage, pijnlijke teloorgang van de menselijke relaties. In die fragmenten ligt een van de sterktes van Monica Boschman. Naar het einde toe las ik wel enkele cryptische observaties. Het kan aan mij liggen, maar hier en daar verlies ik de draad; de richting die Monica Boschman wil aangeven loopt dood. Tijdens de selectie voor deze bundel mocht men wat strenger geweest zijn. Wie adviseerde haar?

Mijn psychiater wil het gesorteerd

Harde stemmen leg ik bij angst. Verlaten
schaar ik onder boos, verschuif ik later
naar verdriet. Nagelbijten mag

bij alles. We hebben zacht vandaag
bij blij gedaan en drie kwartiet voorbij
ziet het er netjes uit. Er gaat een bel.

Naar huis draagt lichter dan gedacht.

Bedtijd. Twijfel springt op mijn matras
zo kinderlijk, ik leg er wakker van.
Waar laat ik wat ik niet benoemen

of nog niet bevatten kan. Herpakken,
in mijn medicijndoos heeft de week
zeven vakjes en een dagindeling.

In deze buutbundel huizen enkele sterke gedichten. Boschman zal ons nog verrassen. Ze heeft het gereedschap om haar oeuvre verder uit te bouwen. Maturiteit komt enkel met jaren inzet en schrijfdiscipline. Het zou voor Monica Boschman een goede oefening zijn om een serie gedichten te schrijven rondom één bepaald en streng afgebakend thema. Natuurlijk is zij als autonome schrijfster volledig vrij om haar eigen baan te lopen. Monica Boschman werkt graag samen met beeldende kunstenaars. Het valt op dat die synergie gavere poëzie voortbrengt. Vertrekkend van een schilderij of een sculptuur, worden sterkere gedichten geboren. Het is natuurlijk concreter om vanuit die invalshoek woorden op papier te krijgen, maar Boschman kan het. De gedichten zijn concreter.

Zeerslag, Monica Boschman, Uitgeverij U2PI, Den Haag, 2019, ISBN 978 908759 815

(Frank Decerf)

Het geluid van denken


Karel Wasch publiceerde een tiental gedichtenbundels. Behalve als dichter kreeg hij bekendheid door zijn biografieën van onder anderen Brendan Behan, Dylan Thomas en Jack Kerouac. In 2011 debuteerde hij met de roman De belegering van de jonker. Op bladzijde 31 duikt de titel op in het gelijknamige gedicht:

Later vertelde mijn zoon, dat toen
hij klein was en in de kamer erboven
sliep, hij het prettig vond mij te
horen typen in de werkkamer.

Het was een troostend geluid zei
hij, alsof hij naar mijn denken
luisterde. Soms vraag ik me
af hoe het geluid van mijn denken
iemand tot troost zou kunnen zijn,
integendeel,
lijkt me.

De bundel is opgebouwd uit 11 korte cycli met één, twee, drie, vier, zeven gedichten. Het getal drie overheerst. Misschien heeft het te maken met de Heilige Drie-eenheid? Het titelgedicht vindt zijn plek in de cyclus Dansen in een landschap, de enige reeks die uit zeven gedichten bestaat. De magie van het getal zeven.

De dichter neemt de lezer in deze bundel mee op een tocht doorheen zijn leven. De dromen van een kind. Zijn katholieke achtergrond en de daaraan verbonden rituelen. Misdienaar. Processie. Nonnen. De priester die hij een ‘catatonische sjamaan’ noemt. Het gezin, een zieke moeder. Zijn eerste vrouw.  Naast liefde en vriendschap duikt het thema schuld op. Daarnaast vinden ook verlies, onvervulde verlangens en onbegrip een plek in de bundel.

In de cyclus Voor twee dichters schrijft hij twee gedichten, eentje is opgedragen aan Murk Popma en de andere aan Rogi Wieg. In beide gevallen zijn de dichters weg en weet Wasch door te dringen in hun wereld die hij met hen gedeeld heeft maar die voor goed voorbij is, alleen nog in zijn herinnering bestaat:

Voor Murk Popma

Nu iedereen zelf kan verzinnen
dat je onmisbaar bent, lees ik
verzen van je voor, als in
misplaatste metafoor geklemd.

En

Meer van een onheil

                                    Voor Rogi Wieg

Hij legde een hand op mijn arm
en we bleven stilstaan. Iets in de avondlucht
sprak van een ernstige belofte.
Meer van een onheil,
zoals seizoenen dat zijn,
zoals sommige levens.

De taal, die dichters verbindt drijft hen ook uit elkaar. Er zijn krachten die buiten de taal leven, wat was zal niet en nooit meer zijn.

Karel Wasch kiest niet voor één vaste vorm. Vaak beginnen de gedichten als een verhaal, een opeenvolging van scenes. Als lezer dobber je mee en je herkent de situaties, de gebeurtenissen, de gevoelens die de dichter beschrijft. De verrassing zit dikwijls in de slotregels waarin de dichter het voorgaande kracht bijzet of juist ontwricht. In de slotregels zit, mijns inziens, de bijzondere kracht van zijn poëzie. In zijn poëzie zijn twee kleuren: wit en zwart. Witte lakschoentjes van meisjes, witte kamers van de kliniek. Het zwart is meest afgetekend:

Zwart

De zwarte man loopt door je heen,
met zekere passen en een koord voor
onderweg, zijn schaduw is de overkant.


Het geluid van denken, Karel Wasch, Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem, 2019,  ISBN 978 90 6265 5076

(Frans August Brocatus)

Onder de druk van de poëzie....


Poëzie-uitgeverij WEL publiceerde onlangs haar 101ste bundel, waarmee ook wordt aangegeven dat de reeks aan een nieuwe lijst is begonnen. Meteen met een debuut: Houdbare oevers van Ruben van Rompaey. De dichter wordt met biografische gegevens achterin de bundel voorgesteld. Ruben van Rompaey is musicus, componist, auteur en reiziger. Voor de muziek reisde en woonde hij in New Orleans en Istanbul, in China en België. In het eerste gedicht maakt de lezer meteen kennis met de dichter en zijn programma:

In

aanbidder van het leven
loopt op zijn pad
dit nooit gezien
dat nooit gehad
verheffende woorden
komen tot hem
hier nooit gesproken
daar nooit een stem
weet hij toch wel
vergat hij het niet
de klank nooit onthouden
en nooit in een lied
en toen was daar eenmaal
verlicht als een ster
het altijd aanwezig
en nooit meer te ver

Hoewel enigszins onhandig verwoord (grammaticaal en semantisch schort er wel wat aan) kun je hierin de roeping lezen van de dichter met verwijzingen naar zijn recente geschiedenis (dit en dat, hier en daar). Nadien begint de poëtische reis, ritmisch en veelal rijmend. Daar is ongetwijfeld de componist/musicus debet aan.
De gedichten zelf lijken het midden te zoeken tussen leegte en voltooiing, tussen abstract en concreet, tussen voelen en weten. In die tussenwereld heerst geen vanzelfsprekende werkelijkheid, maar eentje die groeit met het lezen van de gedichten. Houdbare oevers is een wereld op zich, waarin de dichter, die toch ook de schepper is van deze wereld, zoekt naar een houvast. Hij zoekt naar de juiste woorden en maakt ons daar deelgenoot van. Het duidelijkst voorbeeld daarvan is het gedicht Waarheen, dat begint met de aanroep

Kind
waar ben je
nu ik je licht wil laten schijnen
over dit verkilde oppervlak
de kraters van jaren
zoveel dieper dan voorheen
blijvend verhuld
of eenzaam verlaten
bevrijd of verwikkeld,
verbleekt of vergaan
verwelkt, verloren of amper bestaan
heb geen vrees
zodra de lippen der wind
het zandblad raken
er is geen keuze en zonder houvast
kijk om je heen
de wereld lacht weer net als toen
(…)

De dichter bedient zich vaker van sussende woorden, alsof hij zichzelf gerust moet stellen:

Nerf

Wees niet bang
mijn dageraad
en daarmee het leven
te aanschouwen
zoals het wordt getoond
(…)

Het is een lange weg die de dichter gaat in deze bundel, een weg die langs raadsels, starende mensen naar verte, geliefden, dankbare dwaasheden en nieuwe inzichten gaat en die eindigt in de wetenschap dat

Als ik je kon vangen
deed ik je in een glas
maar glas is doorzichtig
en zo is de Tijd

Houdbare oevers bevat veel taal-, woord- en klankspel, de associaties zijn sterker dan het beeldend vermogen, de dichter verdrinkt bijna in zijn taal, maar drijft stroomafwaarts tussen de oevers naar de verre zee. De bundel is met recht een debuut, een staalkaart van vermogens van deze nieuwe dichter. Vooralsnog overtuigt zijn werk mij nog niet, maar ik ben wel nieuwsgierig naar het vervolg.


Houdbare oevers, Ruben van Rompaey, Poëzie-uitgeverij WEL, Bergen op Zoom, 2019, ISBN 978 90 6230 101 0

(Wim van Til)

Drinken, dichten en Dordrecht


Het literaire dagboek is eigenlijk een aangenomen kindje in de letteren. Doorgaans begint iemand aan een dagboek zonder het idee het later tot literatuur te verheffen. Dat dagboeken van interessante (want ‘beroemde’) personen soms toch in het domein van het literaire geduwd worden, heeft vooral met de verkoopbaarheid van de boeken te maken. Toevallig schrijftalent van de dagboek-bijhouder is natuurlijk mooi meegenomen.
De voormalige docent geschiedenis Kees Klok (˚ Dordrecht, 1951) combineerde zijn leraarschap altijd met literaire arbeid (poëzie, proza, vertalingen). Ook hield hij trouw een dagboek bij. De Dordtse uitgever Liverse zag er brood in om Kloks dagboeken te publiceren.
Hier duikt het epitheton literaire op om aan te geven dat het vooral gaat om notities die met
literair geploeter, dan wel met het literaire Dordtse wereldje verband houden.
Dijkbewaking – Literair dagboek 1980-1983, geeft een inkijk in de wereld van een beginnend schrijver in het Dordrecht van begin jaren tachtig. Als een rode draad door de (niet altijd even interessante) dagelijkse beslommeringen lopen de pogingen van Klok om in de literatuur te geraken. Het oude liedje van het steeds maar weer insturen van werk naar literaire bladen en uitgevers en de zaak dan met een standaardantwoord retour krijgen, is van alle tijden. De ‘officiële’ literaire wereld was en is een gesloten gemeenschap. Mensen van buiten (van buiten Amsterdam) kunnen het keer op keer schudden. Klok geeft als jeugdige literair-idealist de moed niet op en zwoegt op verschillende projecten (een boek over zijn Surinamereis, het op poten zetten van een literair tijdschrift etc. etc.).  
Aardig is de sfeerschets van het Nederlandse onderwijs. De schrijver is helemaal niet blij met de destijds ingezette ontwikkelingen. Terecht mogen we achteraf concluderen. Zo heeft het onderwijs in Nederland inmiddels een fors aantal functioneel analfabeten opgeleverd. Tel uit je winst.
Het verblijf van Kees in Suriname vindt plaats vlak vóór de zogenaamde Decembermoorden. Op 8 december 1982 werden vijftien tegenstanders van de militaire junta van Bouterse vermoord. Het dagboek doet verslag van Nederlandse gevoelens en vermoedens in de directe slipstream van de gebeurtenissen. Ook de aantekeningen van de Surinamereis zelf zijn  intrigerend. Rare kantjes van een stukje voormalig tropisch Nederland worden zichtbaar.
De tekening van het hoofdpersonage in Dijkbewaking is eerlijk. Klok verdoezelt niets, spaart zichzelf niet in zijn verslaglegging. Hij drinkt in de beschreven jaren bovenmatig en bekijkt als leraar bepaalde vrouwelijke leerlingen met een laten we zeggen ongeremde blik. Anno 2019 ligt zoiets natuurlijk gevoelig.
Kloks stijl is aangenaam sober, geen literaire fratsen. Het is aardig te weten dat de schrijver inmiddels een vaste waarde is in het Dordrechtse culturele leven. Hij vertaalt, schrijft poëzie en proza en is redacteur van de Bordeauxreeks (poëzie) van de sympathieke uitgeverij Liverse.
Dijkbewaking is een deel uit een reeks. Je zou alle dagboeken moeten lezen om de persoonlijke en literaire ontwikkeling van de schrijver op juiste waarde te schatten. Liefhebbers kunnen daartoe de site van uitgeverij Liverse raadplegen.

Dijkbewaking, Literair Dagboek 1980-1983, Kees Klok, uitgeverij Liverse, Dordrecht 2018, ISBN 9789492519153

(Erick Kila)

Als een stem in de nacht


Uitgeverij IJzer staat bekend om de bijzondere boeken en producties; uitgever Willem Desmense staat al sinds 1992 aan het roer van deze innoverende eenmanszaak. Alweer even geleden (2017) verscheen Maangezichten, een project van Bart van Rosmalen (tekeningen) en Anouk Salemink (tekst).
Initiatiefnemer Bart van Rosmalen verklaart de aanleiding tot deze dialoog in het voorwoord. Zijn werk aan zijn proefschrift had zoveel van zijn woordenschat gevergd dat er behoefte ontstond om beeldend te werken; het werden krijttekeningen op (bruin) papier. Hij stuurde er eentje naar Anouk Salemink, collega in een onderzoeksproject. Zij reageerde met een tekst. Dat deed zij ook op een tweede tekening, een derde en zo ontstond een lint aan kustwerken, een dialoog in beeld en taal. De bundel Maangezichten bevat een selectie daarvan, uiteindelijk zijn het 40 dialogen geworden.
Gaandeweg de selectie worden de teksten eigener en minder geregisseerd door de tekeningen. Dat vind ik wel zo prettig, want daardoor ontstaat een werkelijke dialoog tussen beeld en taal; bovendien worden de teksten een zelfstandiger eenheid:

            Het mooiste moment is
vlak voor ik je zie
voor ik je hoor
ik je ruik
je voel
proef
omdat ik met nog lege handen
toch al voel dat ze gevuld zijn
alles ligt besloten
toch hoef ik niets te dragen
in dat moment
vlak ervoor


Halverwege staat de kortste tekst bij het kleinste beeld. De tekst draagt de titel Engel en luidt als volgt:

Je krijgt pas vleugels als je jezelf kunt dragen

Alsof ook dat een breuklijn is in de toonzetting van de gedichten daarna : minder ik, meer afstand, meer reflectie.
De tekeningen zijn over het algemeen kleurrijk en vol beweging, eerder abstract dan concreet, terwijl in de beelden mensen toch herkenbaar zijn; de gezichten vaak een cirkel met daarin wat strepen voor mond, neus en ogen. Een van de tekeningen toont twee figuren in een omgeving van in geel en oranje-geel getekend landschap (een woestijn?), iets glooiend met lichtere lijnen die het beeld van links naar rechts doorsnijden.
De tekst er naast vertelt eerst het verhaal dat de tekening niet laat zien:

Zolang de jongen en het meisje niet samen zijn
dragen ze de tijd in emmers naar de zee
ze sjouwen hun armen moe
er is altijd meer tijd dan ze dragen kunnen
en ze moeten oppassen dat er niets over de rand klotst
ze rennen snel en voorzichtig
soms dragen ze met twee handen één emmer
dan gaat het sneller
soms dragen ze in iedere hand een emmer
dan is het meer

Tot ze elkaar weer zien

Om verderop te eindigen met

ze beloven elkaar
dat ze alle mogelijke moeite zullen doen
voor alle maanden, weken, uren
voor alle mogelijke minuten
voor elke seconde
ergens
in een onmogelijk hoekje
dat ze samen kunnen zijn

maangezichten is een aangename reis langs tekeningen en gedichten door dag en nacht, een zoektocht naar relatie, naar houvast, naar eigenheid in een omgeving die niet altijd vredigheid uitstraalt. Ondanks de kleurrijke achtergronden, ondanks de wervelende bewegingen.


maangezichten, Bart van Rosmalen en Anouk Salemink, Uitgeverij IJzer, Utrecht, 2017, ISBN 978-90-8684-145-5

(Wim van Til)