De debuutbundel van Kris De Lameillieure is beslist niet het werk van een debutant. De roeping, als we dit zo willen noemen, kwam op vijftigjarige leeftijd en de uitgave van deze bundel meer dan een decennium later. Een late en trage bloei dus onder mentorschap van Jana Arns. De lessen werden grondig geleerd.
De bundel is verdeeld in vier delen, ongetiteld, maar alle ingeleid door een gedicht van Miriam Van Hee. Dat geeft het thema aan en brengt ons in de juiste stemming. Sleutelzin voor het eerste deel: de ribben zijn van het geraamte het mooiste onderdeel (Van Hee).
In Moederwezen klinkt de grote trom van de dood:
Wij zijn zonen en dragen dezelfde moeder. We houden
onze hoofden koppig, kijken star en hullen ons in wierook.
In sobere bewoordingen, een weinig onderkoeld misschien, verhaalt de auteur over het lijden en overlijden van de ouders. Uit Haven:
Hoe hij wankel door de kamer laveert een dode hoek probeert,
in het hoofd lij en loef verwart. Hoe hij eb over vloed plooit.
In het tweede deel ‘vakantie’ probeert een koppel een stukgelopen relatie te lijmen, vergeefs zo blijkt. Uit een titelloos gedicht:
Nu braakt de nacht ons uit, blaast luchtbellen
in woorden, legt ijsplaten tussen de ruggen
die we mekaar toekeren.
Het volgende deel spreekt van angst, leegte, zelfgekozen isolatie: men komt immers van alle reis terug:
Geen mens aan wie ik nog kleef
naast kind of kind van een kind.
Voor jou ben ik een traan.
Schud mij van je af nu je nog kan.
Het laatste deel (‘als ik mij kon beveiligen’) brengt uiteindelijk meer licht en kleur, al bestaat er geen blijvende zekerheid.
In ons ligt vruchtbaar land.
Uit het laatste gedicht Licht:
zo loopt hij over straat in aquarellen:
een kleurrijk toeval, een schitterend effect.
……..
In dit kader past hij niet altijjd. Hij wil zand zijn
en verstuiven, regen en verdampen.
En als hij kon: licht.
Over de leer van de ‘vier temperamenten’ hoor je in deze tijd niet veel meer. Volgens deze theorie mogen we de dichter typeren als een melancholicus. Uit het gedicht Onderkoorts:
je laat het netvlies los,/ naait de lippen dicht/ schrijft je testament/
in gedichten.
De dichter heeft veel van zich afgeschreven, schoon schip gemaakt. Dit soort belijdenissen zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar voor wie deze situatie herkenbaar is, voor wie bezig is zich tot op de bodem te laten zakken in de hoop daar iets waardevols te vinden, kan dit een hulp zijn. Afgezien daarvan kan men ook een gedicht lezen om het gedicht zelf, om de klank of de sfeer daarvan, zoals men ook een voorkeur kan hebben voor de melancholische, introverte klanken van de altviool.
De vier gedichten van Miriam Van Hee vormen een waardevolle bonus.
Onderkoorts, Kris De Lameillieure, Uitgeverij P, Leuven, 2025, ISBN 9789464757866
(Cel Vermeulen)
