Fascinerende doorkijkjes


Hosanna in den Hoge / zingend / voor een publiek van mongolen en Chinezen / voerden we / onze magnifieke verdwijntruc op. Zo eindigde afdeling / gedicht (doorhalen wat niet van toepassing is) V in de vorige bundel van Jess De Gruyter, Zo meteen gaat deze kogel een hoop rotzooi aanrichten, en er werd die avond niet meer gevogeld.
De Gruyters nieuwe en vierde bundel Als ik je neersteek gorgel je voortreffelijk nummert gewoon door en opent dus met VI dat zo aanvangt: ik zing / de slavendrijver / in mij / op een bloedhete / namiddag / in West Virginia // ik zing / de schepen / die ik naar de kelder / joeg / de beesten / die ik uithongerde // mijn plannen // voor wereldheerschappij. Opnieuw welkom in het universum van Jess De Gruyter.
De dichter leest niet gaarne voor uit eigen werk, maar terwijl je het leest kun je je uitstekend voorstellen hoe het zou klinken: staccato, swingend als een razende soundtrack, ritmisch als de salvo’s uit een machinegeweer. Uiteraard quasi uit de losse pols afgevuurd door Bruce Willis of verwante types. Want ook in deze bundel krioelt het net als in zijn eerdere werk van de verwijzingen naar films en acteurs en actrices. Zo passeren onder anderen Isabelle Adjani, James Caan, Jimmy Cagney, Alain Delon, Morgan Freeman, Raquel Welch en John Wayne en spiegelen scènes uit onder meer The Godfather en Die Hard.
Veel fascinerende doorkijkjes, ook in de moderne, veelal 20ste eeuwse, geschiedenis. De lezer meent Tony Kurz “Ich kann nicht mehr” te horen kreunen op de Eiger, te dwalen door de Wolfsschanze, de bommen op Hiroshima en Nagasaki te zien vallen, van de oorverdovende dreun te schrikken waar Hans Guido Mutke de mens voor het eerst mee confronteert, de Bende van Nijvel supermarkten te zien overvallen en Evel Knievel hals, nek en nieren te zien breken.
Deze bundel klinkt en verbeeldt: hoorde je / de nuances in het knallen / van de bullenpees // de uitvluchten / mea culpa’s als voorbeeld, en zag je // hoe die smeerlap / er iemand bij had gehaald / die kon liplezen. We leren uit Als ik je neersteek gorgel je voortreffelijk voorts dat het heelal ontstond op een zaterdagavond in oktober (herken ik hier het begin van Caveman?) en dat het sprookje van Roodkapje nefast voor de wolvenpopulatie was.
Jess De Gruyter zet mij altijd op verschillende manieren aan het werk. Primo is er natuurlijk de lectuur van zijn poëzie, secundo het genieten van het ritme daarvan en tertio het quizaspect: herken ik alle verwijzingen?
in welke film // doorboort de held / de schurk / met een afvoerbuis / (en laat deze stoom af) Goh. The Dead Pool? Veel stoom, maar volgens mij gebruikte Clint Eastwood een harpoen. Een film met Steven Seagal dan? Ik twijfel.
Alleszins een tof vervolg op Zo meteen gaat deze kogel een hoop rotzooi aanrichten. Snel gesneden, flitsend gemonteerd.

Als ik je neersteek gorgel je voortreffelijk, Jess De Gruyter, ’t balanseer, Gent, 2019, ISBN 978 9079 202696

(Bert Bevers)

Opschuiven en dan traag verdwijnen


Wat meteen opvalt bij de lectuur van het officiële debuut van Tijs Van Bragt (officieus debuteerde hij eerder) is dat we te maken krijgen met fijn taal-besnaarde, breekbaar verwoorde gedichten waarbij het lyrisch genoegen van het ‘benoemen’ markant is: een karavaan aan namen rijpen / in mijn hoofd. Zelfs als die namen geen lexicale betekenissen uitdragen (bijvoorbeeld bonterik, sterrenzager): ze kunnen uitschrijven en uitspreken is de betekenis ervan. Taal is betekenis. Dit zijn (over)gevoelige natuurgedichten geworteld in Zeeuwse landschappen waarvan het tussengebied zee-aarde voor de dichter fascinerend werkt. Vogels spelen een cruciale rol: Van Bragts gedichten lijken volières. Er dwarrelen spreeuwen, puttertjes, paardenwachters, kievieten rond. Zou de dichter ‘vogelaar’ zijn? Een vogelaar kan spreeuwen observeren, daarbij aantekeningen maken. Een dichter kan in een gedicht de spreeuw zich dingen laten verbeelden. Op een schrijfblad kan de dichter de spreeuw laten opvliegen, ook als die spreeuw dat geheid niet doet. Het ding is niet altijd aan het woord of de naam gekoppeld: het hoeft niet met de werkelijkheid te kloppen – dat is nu eenmaal het voorrecht van de poëzie: het gedicht kan iets laten gebeuren, zonder dat het echt gebeurt. 

Opvliegen is een belangrijk element in deze bundel. Het loskomen van de grond, een verlangen naar ‘boven’, naar ‘hemel’ zijn motieven die over de hele bundel subtiel terugkeren en in andere contexten worden geplaatst. Het lijkt alsof er iets moet worden afgeschud, alsof de dichter zich zou willen louteren: mezelf afstoten, opheffen/flüssig werdensoms zou je dat willen: opschuiven en dan traag verdwijnen. Doodsverlangen? De ‘ik’ houdt iets bij de hand: wolfkers als uitweg voor nog later.

Deze vaststellingen vormen het kader waarbinnen andere verkenningen zich ontwikkelen: een queeste naar het eigen verleden, het bezweren van de spoken die je van dat verleden overhoudt. De dichter stelt zich daarbij als een eigen psycholoog op. Een verkenning die ons tot bij de ‘zygote’ in de moederschoot brengt. En nog verder: bij het dierlijke, het plantaardige. Dit wekt bij de lezer vervreemding op omdat het impliciet blijft, enkel gesuggereerd wordt, nooit uitdrukkelijk gesteld. Het blijft wazig: er is sprake van een vader, een moeder, een broer, een huis. Je vermoedt conflicten, bedreigingen binnen een lichaam dat zich herinnert. Een lichaam dat als het loslaat val ik in twee gelijke delen uiteen. Eindigheid morrelt aan een lichaam. Er zijn veel manieren waarop je een lichaam achter kunt laten / net als geboortegrond. Een lichaam dat wil breken met een verleden? De tijd van ‘toen’ niet langer meedragen in de tijd van ‘nu’? Een lichaam dat er wil ‘zijn’ en daarin niet gehinderd wil worden. Lichaam dat astraal vrijuit wil gaan. Dat zoals de vogels op reis wil gaan: reizen is het ware bestaan. Wat / leven / is / vroeg / de juf // Reizen / zei / ik
Laat dit niet de indruk geven dat dit een zwaarmoedige bundel is. Nee, er schijnt in deze gave bundel veel licht door. Meer van dat, Tijs!

Bonterik Sterrenzager, Tijs van Bragt, 2019, Stichting De Kaneelfabriek NM, Udenhout, ISBN 9789083011943

(Alain Delmotte)