Uiteindelijk


De betekenis van Wim van Til, oprichter en bezieler van het Poëziecentrum Nederland, voor de Nederlandstalige poëzie in Noord en Zuid hoeft geen betoog. Tien jaar na zijn vorige bundel verschijnt nu bij die andere steunpilaar van de poëzie in de lage landen, graficus Gerrit Westerveld en zijn uitgeverij Kleinood & Grootzeer, een nieuwe dichtbundel met de toepasselijke maar ook veel betekenende titel Uiteindelijk. Na het lezen en herlezen van de bundel openbaart zich die meerduidige betekenis van de titel, ondersteund door de wijze waarop Westerveld die grafisch heeft weergegeven op de kaft. Want het is veel meer dan alleen maar een verwijzing naar het lang uitblijven van een nieuwe bundel. Op de kaft is verticaal het woord uiteindelijk opgesplitst in zijn samenstellende delen: uit - einde - lijk. Het verwijst subtiel naar de thematiek van de bundel: de dood als een essentieel kenmerk van het leven, wiens onoverkomelijkheid telkens opnieuw moet verwerkt en aanvaard worden.

De openingsverzen zetten de toon en verwijzen meteen naar de dubbelzinnigheid van het gewone en het onbegrijpelijke van de dood: Die avond heb ik de dood omarmd. / Ze zat gewoon aan tafel in een restaurant / gebogen over een cijferpuzzel.

Aan het einde van de bundel in het Envoi wordt dan die ambiguïteit tussen begin en einde van het leven, waarmee gans de bundel doordrenkt is, geduid maar niet verklaard: het leven als een gescript toneelstuk, een indirecte verwijzing naar de bekende uitspraak van Vondel, die van Til meesterlijk verwoordt in die uitzonderlijk mooie verzen: zij is de tijd en van de tijd steevast het eerste uur / dat zich herhaalt in andere gedaanten / zij is de enige de eerste en de laatste, zij is niet hier, zij is / vervat in inkt, regieaanwijzingen, papier / haar spel is uit, het decor wordt verhandeld. Terwijl zij / het boek sluit, verlaat de souffleur zijn post.

Van Til heeft zijn bundel ingedeeld in twee delen. Een eerste deel van 18 schijnbaar op zich losstaande gedichten, maar die stuk voor stuk refereren naar de voorbije tijd van zijn jeugd en vergane plaatsen: Vandaag, op je geboortedag, een graf gegraven / in de tuin. Stenen gekraakte jaren in stilte gedijden.../...Toen er niets meer was, wat van je bleef / voorzichtig laten dalen tot afstand geen waarde / meer gaf. Toen heengegaan.

Een tweede deel van 26 sterk gestructureerde gedichten van telkens twee strofen, een eerste van vier verzen, een tweede van drie. Met het Envoi als afsluiting. In dit deel is de moederfiguur centraal, waar dat in het eerste deel de vader was. Maar elk gedicht in dat tweede deel maakt je langzaam toeschouwer in dat Vondelse schouwtoneel. Deze inhoudelijke verschuiving is tevens illustratief voor de subtiele wijze waarop de dichter de taal gebruikt om die inhoud te verwoorden. Via een ingehouden taalbeheersing en geraffineerde syntactische wendingen slaagt van Til erin om het ongrijpbare en het vluchtige tastbaar te maken om het dan meteen opnieuw te laten verdampen in een onbestemde en efemere waas van nostalgie en beschouwende droom. Hij laat zo leven en dood, schijn en wezen als het ware probleemloos in elkaar vloeien. Het is weinige dichters gegeven. Alleen al daarom is deze bundel een kleinood voor elke poëzieliefhebber.

Uiteindelijk, Wim van Til, Uitgeverij Kleinood & Grootzeer, Bergen op Zoom, 2020, ISBN 978-90-76644-99-8

(Richard Foqué)