Zeitgeist! Kunnen we de tijd waarin we leven ten volle begrijpen? Kunnen we er dan nog daadwerkelijk in leven? Vragen die bij me opkwamen na lezing van Kratermond, de tweede bundel van Sara Eelen.
Dat zij zichzelf klimaatdichter en activist noemt en daarmee publicatie en lof oogst is alvast één kenmerk van ‘onze’ tijd.
Bij eerste lezing kwam de bundel mij enigszins vreemd voor, het is even wennen en oriënteren, maar talent is hier vanzelfsprekend aanwezig. Het is duidelijk dat Eelen zich een spreekbuis weet, voorstander van een nieuwe eco-spirituele samenleving, een ‘mondiale’ ethiek.
De natuur komt op de eerste plaats, de aarde zelf spreekt door haar ‘Kratermond’. Dat staat duidelijk te lezen in het inleidende gedicht anomalie (I) in de volgende fraaie verzen:
We zochten niet naar voetafdrukken
liever wetmatigheden die wegleiden van onszelf
hoe de havik neerdaalt
in dezelfde spiraal als de nautilusschelp.
We zoeken de navel, het doorgeknipte koord.
Een ander belangrijk kenmerk van haar poëzie valt af te leiden uit het volgende gedicht Glassnijder (dit blijkt een type libel te zijn).
Ik observeer je aan de rand. Wie van ons het dier
het stilstaand water, stukgebeten glas?
Hier spreekt de wens om te verdwijnen, in de plaats van objectiverende observatie komen empathie en osmose:
Bijt je vast in mijn hals, span mijn trillende bovenlip.
We vliegen in tandem langs een krimpend meer.
Wordt de voortplantingsstrategie van de libel (waarbij het vrouwtje dan toch beslist?) hier vergeleken met die van de mens? Hetzelfde thema komt ook terug in het gedicht Sepia:
Na de paring blijft het mannetje haar volgen
bang dat ze met een ander dezelfde vlucht voltrekt.
Waar de dichter het ook over heeft; een orka die treurt over haar dode jong, aangereden wild, geschonden landschappen, het leven van een foetus, alles wat zich afspeelt tussen man en vrouw, het gebeurt met een fanatieke gerichtheid grenzend aan versmelting. Het vrouwelijke, het grenzeloos moederlijke spreekt hier zo luid dat het deze (mannelijke) lezer soms iets te veel wordt… Een en ander kan leiden tot vergezochte associaties en een beeldende, naïeve typografie, bijvoorbeeld in Het waterbekken, cyclus waaruit ik graag deze mooie zin licht: Hoe wij altijd in beweging, in beweging altijd zijn.
Het vrouwelijke en bij uitbreiding de natuur wordt voorgesteld als het kwetsbare, het geofferde. Maar deze natuur heeft ook nog een ander gezicht, dat van de verslindende moeder, ook in psychologische zin! Ik heb de indruk dat het activistische element soms afbreuk doet aan het talent van de dichter, persoonlijk verkies ik de verzen die minder ‘programmatisch’ zijn.
Waarom niet eens een man die zijn hoofd
in zijn hals legt als een zwaan?
Voortreffelijke gedachte die me brengt bij de Griekse mythe van Leda en de Zwaan. Zeus verleidt (middels transformatie) Leda door schoonheid. Heeft de dichter het zo bedoeld? Geen idee! Maar het gegeven dat schoonheid kan triomferen over ideologie vind ik ronduit prachtig.
En dus… blijf ik ten zeerste benieuwd naar een volgende bundel van Sara Eelen.
Kratermond, Sara Eelen, Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam-Antwerpen, 2025, ISBN 978 902 148 8936
(Cel Vermeulen)
