Ton van ’t Hof is poëzieanimator, blogger (samen met Chretien Breukers startte hij de poëzieweblog De Contrabas op) en uitgever. Na zijn uitgeverij Stanza volgde in 2019 de reeks Gaia Chapbooks. Met zijn debuutbundel Je komt er wel bovenop (2007) verwierf hij bekendheid als flarfdichter. Flarf is een genre waarbij internetzoekresultaten verwerkt worden in of tot een gedicht. Je komt er wel bovenop was trouwens de allereerste Nederlandstalige flarfbundel. In 2009 hebben de belangrijkste Nederlandstalige flarfdichters zich als collectief georganiseerd en Flarf, een bloemlezing, uitgebracht.
Enig experiment was de dichter in vorige bundels niet vreemd, maar dit is vrij traditionele, keurig vormgegeven, uitgepuurde poëzie. De bundel bestaat uit drie cycli: Gelukkig de mens die ergens verwacht wordt (16 gedichten), Op den duur moet je toch op iets uitkomen (4 gedichten) en Ik heb meer lief dan ik aankan (8 gedichten), telkens voorafgegaan door een tekening die verschillende stadia van een weg suggereert. Wie de tekenaar is wordt niet vermeld – de dichter zelf? Voor en na de cycli een citaat uit zijn dagboek: Ik wilde eerlijk zijn, gedroeg me als een woudezel en Nam een glas wijn, een imposant glas, als een kathedraal.
De dichter neemt de lezer mee op een reis, op zoek naar een nieuwe bestemming. De vraag is waar je terechtkomt/ in het leven. Ik liep verder, toch een tikje/ verontrust. Een mens is omgeven// door omstandigheden. Een geweldig/ karwei. Zo vaag en bewolkt je gedachten/ de diepte van je bestaan.
Zal een nieuwe liefde en/of een nieuwe omgeving ertoe leiden dat hij zijn bestemming bereikt heeft? Of het zijn definitieve bestemming zal zijn, daar heeft de lezer, en wellicht de dichter zelf het raden naar. Veel relativering, zowel over zichzelf als over het dichterschap:
Een middelmatige dichter/ herken je altijd daaraan/ dat alles klopt altijd.// Is het een introverter type/ en beschrijft hij zichzelf/ dan is het eveneens pure eerlijkheid// wat de stok slaat./ De geniale dichter daarentegen/ is vooral onbegrijpelijk.//Dit is een echt goed gedicht./Je wilt met het lezen ervan doorgaan.
Je mag ervan uitgaan/ dat tamelijk veel mensen/ bij het woord poëzie// aan iets duurs denken/ aan iets dat misschien niet eens/ bestaat.// Ieder mens heeft zo zijn eigen/ wereld. We slepen van alles en nog wat/ met ons mee. Taal die nuttig is/ om de werkelijkheid weer te geven.// En dat je net zo goed de ene/ als de andere kant op bewegen kunt.
In het laatste gedicht lezen we: Met welk woord bedoel/ ik iets anders. Wat niet wegneemt dat hij de lezer vanaf het eerste gedicht op sleeptouw weet te nemen.
Gelukkig de lezer die deze bundel ontdekt, al dan niet met een glas wijn erbij.
Gelukkig de mens die ergens verwacht wordt, Ton van ’t Hof, Gaia Chapbooks, 2025, ISBN 978-1-326-30187-3. De bundel kan ook gratis worden gedownload op de website van Gaia Chapbooks (gaiachapbooks.com).
(Roger Nupie)
