Tom Veys (45) studeerde taal- en letterkunde. Hij is actief als dichter en als recensent bij Meander. Eerder verschenen gedichten van hem in tal van verzamelbundels. Hij vertaalde in 2022 de gedichtenbundel Pandemie van de Amerikaanse dichter Richard Harteis en werd daarvoor onderscheiden met de Valentin Krustov Award for Translation. Samen met Daniël Billiet is hij de oprichter en drijvende kracht van Woordentij, een literaire vereniging die mensen met poëzie verbindt.
De tekeningen in de bundel, de omslagillustratie en de auteursfoto zijn allemaal van de hand van Tom Veys. Woord, beeld en daarbij muziek intrigeren hem. De bundel omvat vier cycli: Dierentaal, Doorgewerkt, Verinneringen en Voorbij het weten, die respectievelijk zes, elf, zestien en acht gedichten bevatten. De bundel opent met een dankwoord aan zijn ouders, familie en aan allen die hem gesteund hebben bij dit project. Het openingscitaat: Wat zou het leven zijn als we geen moed hadden om iets te proberen? komt uit Een leven in brieven van Vincent van Gogh, de schilder die ook prachtige brieven kon schrijven.
Twintig jaar na zijn eerste gedicht brengt Tom Veys zijn debuutbundel. Hij opent met een verrassende tekst Uit het dagelijks leven: het is tijd voor een weg, daarginds loopt een weg, ik kan niet altijd blijven praten, ik hoor stilte in een evenwicht, kijk, daar is een ster. Met deze woorden opent de dichter de deuren naar zijn wereld.
In het schijnbaar achteloze schuilt het meest subtiele. In de omkeringen gaat de dichter op zoek naar zichzelf. Uit de beelden die hij registreert distilleert hij zijn taal. Een taal die deuren eerst op een kier zet om ze daarna helemaal open te duwen. De wereld die de dichter schept is een universum dat omringt en doordringt. Vogels, meeuwen, een duif worden zichtbaar door zijn woorden. Hij zegt zelf: de dieren in ons spreken boekdelen. Al lezende ervaar je een bijzondere intimiteit door de dichter geschapen uit en met eenvoudige woorden en herhalende beelden. Referenties naar de Bijbel voeren je ook mee in dit soort verstilling en religiositeit. (Zondvloed, Geen zondvloed, Het kerstverhaal houdt ons in de ban, Diefstal van een wijngaard, Bij een tekst van Lucas, Een uitzonderlijk scheppingsverhaal…) De dichter is naast een zoeker ook een beschouwer, wat hem omringt kleedt hem. Hij draagt de woorden naar de beelden en omgekeerd. Iets van de bijzondere eindige oneindigheid maakt deel uit van hemzelf:
Zondvloed
Ik stel voor dat alle rivieren
een weg vinden. Ze vloeien
samen in een delta.
Oneindig is de zee met haar armen.
Soms hap ik naar adem, ik blijf
zoeken naar beelden.
In het water bellen woorden op.
Kijk, daar is een vogel,
een duif signaleert een redding.
Stel je voor dat we elkaar
vinden in oneindigheid,
in stilte. Dan strekt
de zee in me door.
(uit de cyclus Dierentaal)
Dan strekt de zee in me door, Tom Veys, Uitgeverij C. de Vries-Brouwers Antwerpen / Rotterdam, 2025, ISBN 978 90 6174 992 9
(Frans August Brocatus)
