Wie wil weten zal verdwalen


Wat is er van de nacht?
, de nieuwe bundel van Richard Foqué, is een merkwaardige uitgave, niet alleen vanwege het ongewone formaat maar vooral vanwege de poëtische opzet. De bijhorende ‘illuminaties’ van kunstenares Els Vos bezorgen de gedichten een transparantie die ze in de kern niet hebben: de beelden verzachten wel de lectuur. De bundel biedt een geheel van met elkaar verweven gedichten, waarbij elk gedicht toch autonoom staat. Een dertigtal teksten beslaan 542 genummerde versregels. Niettemin ontstaat er vanaf vers 304 een breukvlak en/of keerpunt waaruit toch een tweedeling blijkt.

De gedichten verwoorden een archetypische doortocht doorheen een nacht waaruit geen uitweg is - zoals blijkt uit het vaak terugkerende vers (dat als een soort mantra klinkt) Het is vluchten. / Het is blijven. Het mythische, het historische, het symbolische, het ritueel-religieuze (onder meer verwijzingen naar de Bijbel en het boek Apocalyps), het cultuur-historische en het intertekstuele literaire worden geëvoceerd. De noten achteraan helpen de lezer daarbij. Opvallend is dat er niet alleen aan de westerse cultuur wordt gerefereerd: een universele betrachting wordt uitgesproken. We lezen een stevig onderbouwd en gelaagd tekstgeheel, wat de interpretatie open houdt. Veel wordt in de handen van de lezer gelegd.

De onderliggende thematiek, zoals vaak bij Foqué, is prangend existentieel. In het gedicht kristalliseren en synthetiseren zich de thematische gegevens die we in vorig werk van Foqué al onderkenden.

De toon is bezwerend en zelfs bedreigend. De doortocht is er een langsheen metaforische en desolate landschappen of hij neemt de vorm aan van een zeevaart die langs verlaten eilanden van later leidt. Een wereld waar alle getijden zijn losgeslagen en waar er enkel plaats is voor onzekerheid: Want alles is overal / niet zeker van bestaan.

We zijn reizigers, passanten in het bestaan. Er is geen houvast en er is geen weten mogelijk: wie wil weten zal verdwalen. De doortocht volgt een reisroute die in wezen een schijnbeweging is, een impasse, een grote mise-en-scène/ van het absolute niets. Een dwaaltocht die leidt tot een grens die een nulpunt is, die een blinde en illusieloze nacht voorstelt en die als enige waarheid fungeert – al valt die waarheid niet te bewijzen, al wordt die waarheid voortdurend door valse idealen door profeten van zelfverzonnen goden, / kakelende sjamanen belegerd.

Het eerste deel brengt een reiziger in beeld. In het tweede deel wordt de reiziger expliciet aangesproken en komt hij aan het woord. Het historische krijgt hier de meeste ruimte: concreet komen de oorlogen van vorige eeuw ter sprake.

Het gedicht eindigt met de volgende regels Het is reddeloos. / Het is redeloos. / Het is de nacht. Het klinkt wanhopig en somber. Maar defaitistisch is deze dichter niet! De reiziger wordt aangemaand: Sta dan reiziger / waar duister licht wordt / licht duister – Sta, waar de zon de aarde raakt /verbrand niet. Hij krijgt een (dichterlijk) vademecum aangeboden: Gooi de dobbelsteen / door het donkerste licht. Steel het verleden, / verraad de toekomst, /(…)/ zo worden woorden wapens / tussen de lippen van de blinde. Krijgen we hier een antwoord op de vraag Wat is er van de nacht?.

Nee, het is veeleer een wederwoord waarmee de vraag (maar niet de nacht) wordt opgeheven.

Wat is er van de nacht?, poëzie Richard Foqué, grafisch werk Els Vos, Uitgeverij P, Leuven, 2021 ISBN 978 94 9338 62 9

(Alain Delmotte)