Verdwenen zijn de plaatsen van weleer


Chantal Sap is vooral een dichter die het liefst met plastische kunstenaars samenwerkt. Ze verzorgde teksten voor en bij allerlei kunstzinnige installaties. Ze houdt een blog bij onder de naam Frauke Jemand (https://www.chantalsap.com/fraukejemand). Ze is sociaal betrokken en ze trekt die lijn door naar haar poëzie.

Haar gedichten hebben niet de minste pretentie. Ik merk onbevangen- en argeloosheid op. In haar bundel Soms maak ik wonderlijke reizen (haar eerste met wat ruimere verspreiding) staat ze haar inventieve vormgeefster Anne Manteleers veel toe. Dit laat zich zien in de speelse wijze waarop ze met typografie en lettertype omgaat. Al begrijp ik daar niet altijd de meerwaarde van. Tenzij indien dat evenwichtig functioneert met wat het gedicht aangeeft. In Verbleekt verleden verbleken de woorden letterlijk totdat die bijna niet meer te lezen zijn. Het licht wordt in dit gedicht geleidelijk aan gedimd. De twee laatste regels worden hiermee bevestigd waarmee de tekst aan betekenis wint: verdwenen zijn de plaatsen van weleer/het heilige herinneren blijft.

De wonderlijke reis die ze in deze bundel onderneemt is een zoektocht naar de ander. Naar het gezicht en het gelaat (twee sleutelwoorden in dit geheel) van de ander. In letterlijke en figuurlijke betekenis. In een ‘stadsgezicht’ gaat zij op zoek ‘naar het dorp in de stad’. In nameloze voorbijgangers is zij op zoek naar die blik in een waar gelaat. Want de wereld heeft zijn onbevangenheid kwijtgespeeld. Het leven is gedevalueerd: zo gering/het leven leefbaar voor iemand die alleen/denkt aan verdwijnen zonder spoor’. Tussen hemel en aarde is ze op zoek naar haar ware zijn, tegen vervreemding in: ‘hier ben ik weer wie ik was, ooit/maar ook gisteren, vandaag, nu.

Hiermee wordt een ander thema als rode draad aangeven: memorie als onderdak. Want onttovering deed zijn werk: er is nood aan een vernieuwend heden. Nieuwe mogelijkheden en bestemmingen zijn in aanbouw. Sap zit niet vast in een ik-problematiek. Ze beschikt over veel empathie. Ieder individu heeft bestaansrecht. Ze verklaart zich solidair met bijvoorbeeld migranten. Er is aanklacht. Uit het gedicht Lampedusa: ik zag een boot verdrinken/er lagen mensen in/ze riepen om hun kinderen/aanbaden de God van het water/rondom hen bleek deze/stokdoof te zijn.

Verstilling en verwondering ontmoeten elkaar in innerlijke landschappen. Een van die landschappen is een wit blad waarop een eigen bescheiden poëtica wordt uitgeschreven: een spoor van wit papier/ligt voor me uit/ik schrijf er stil/bewandel woorden/die geen hoge toon verdragen//elk blad één zin/een brief van/hier/naar/daar.

Deze teksten zitten vol goede bedoelingen en dat respecteer ik. Maar ik vrees dat de poëzie meer dan eens uitblijft. Zeker hier en daar valt wel iets lyrisch te ontdekken. In algemene zin zijn deze gedichten echter veel te eenduidig. Vooraan staat te lezen: ‘Gedichten schrijven is schuren en schaven.’ Daar twijfel ik niet aan maar Sap houdt zich niet altijd aan haar maatstaf: er kon nog meer geschuurd en geschaafd worden. Het kon compacter, dunner, taaier. Ik schrijf dit met grote tegenzin want haar inzet is vrij van alle pose.

Soms maak ik wonderlijke reizen, Chantal Sap, fluxenberg vzw Gent, 2023, ISBN 978 94 647823 01

(Alain Delmotte)