De wereld van Bernard Dewulf


Bernard Dewulf publiceerde bij leven slechts drie bundels: Waar de egel gaat (1995), Blauwziek (2006) en Naar het gras (2018). Die drie bundels zijn integraal opgenomen in de verzamelde gedichten, uitgebreid met verspreide gedichten en museumgedichten onder de titel Licht dat naar ons tast.

In de afdeling Museumgedichten, gedichten die Dewulf schreef voor het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten waar hij in 2012 en 2013 writer in residence was, staat het gedicht Imago dat misschien wel het treffends beschrijft hoe de dichter zich tot zichzelf verhoudt:

“Iemand heeft mij goed gezien.
Ik lijk op wie ik leek.
Maar wie zien wij in de ander?
Ook na eeuwen kijken
verkijken wij ons op elkaar.”

Charles Ducal schrijft in zijn nawoord over de tuimeling die Dewulf steeds en steevast ervoer zoals hij zelf schreef in het essay Tuimelingen in het blauwe niets: “De afgrond opent zich na de omhelzing. De diepte gaapt na het geluk.”

Ducal voegt daaraan toe: “De meeste gedichten van Bernard zijn ontstaan in dat ‘blauwe niets’. Daar had hij geen ander wapen om zich te verdedigen tegen het zuigen van het zinkgat in hem dan de taal, de poëzie. (…) Het is mijn overtuiging dat Bernard dankzij de poëzie erin slaagde door de spiegel te stappen en plaats te nemen onder ons.” Al in zijn eerste bundel weet hij zijn liefde tot de taal, de poëzie, de vrouw, weet hij zijn roeping op waarde te schatten:

Poëzie

Neem een vrouw. Neem haar niet
in de woorden, vriend. In de wetenschap
van een gedicht wordt niet bemind. Hooguit
staat er berekend wat niet overbleef
van een bestaan. Neem een hoofd
en zoen het ver, ver weg van de taal.
Verschroei een schoot en hoor, de zucht
in je werkelijke oor. Ga dan naast haar
liggen, al de lege eeuwen van je zinnen
worden een zondagmiddag in haar waar.

Bernard Dewulf is de observator die met woorden zijn observaties vereeuwigt; hij verbindt de kwetsbare mens met zijn eigen dichterschap. Zo valt de dichter samen met zijn beelden:

Hart

Het diepste houd ik van hem over,
wat ik zeg verzwijgt zijn taal.
Hij draagt zijn hart in mij,
het haast mij dagelijks voort.

Wij praten en hij knikt bij nee,
hevig verkeerd. Drank zuipt hem op.
Om oude grappen lacht hij nog
de lach die ik verstop.

Later staat hij scheef
voor zijn huis en wuift altijd.
Ik rijd mij gehaast van hem weg,
hij slaapt al in mijn hoofd.

De titel van de verzamelde gedichten is de slotzin van Middelheim uit zijn bundel Naar het gras:

Hier danst een jonge vrouw
van honderd jaren al jaren op één been,
ze houdt het licht.

Hier stapt een stenen ijsbeer dagelijks
door het park
en groet vanouds de dingen.

Hier groeit uit gras een groter licht
waaruit de dingen groeien
en daaruit de stille wandelaars.

Hier groeit uit wandelaars het gras
en uit gras de dingen,
een vrouw, een ijsbeer en het zingen

van licht dat naar ons tast.”


Licht dat naar ons tast. Verzamelde gedichten, Bernard Dewulf, Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2023, ISBN 978 90 254 7525 3

(Wim van Til)