Het dichtersbestaan is niet
bepaald spectaculair te noemen: eenzaam gedichten schrijven, ze met wat geluk
gepubliceerd krijgen en voor wie graag een confrontatie met publiek aangaat deze pennenvruchten lezen op
poëzieavonden die maar al te vaak een conventioneel karakter hebben, al brengt
een lichting dichters-performers al geruime tijd meer leven in de literaire
brouwerij.
Het kan ook anders: met z’n
vijven een dichterscollectief stichten –
Het venijnig gebroed – met als uitgangspunt op een pretentieloze wijze het literaire landschap te verlevendigen. Dat
is precies wat albrecht b doemlicht, Frederik Lucien De Laere, Ann Slabbinck,
Denis S. M. Vercruysse en Jan Wijffels sinds 1997 nastreven.
Er verscheen al eerder werk van
het vijftal in tijdschriften en bloemlezingen en één van hen, Frederik Lucien
De Laere, publiceerde drie individuele dichtbundels: Paniek in het circus (2003), De
martelgang (2006) en Secuur
(2010), alle uitgegeven bij PoëzieCentrum. Bij dezelfde uitgeverij verschijnt
nu voor het eerst een officiële bloemlezing met gedichten van de groep.
Wat we in de inleiding lezen
klinkt bijna als een waarschuwing: met Opgezet
spel wordt een poging ondernomen om
een beeld te vormen van de dichtersgroep. Een röntgenfoto, want dit collectief
is onlosmakelijk verbonden met het podium en de kleur van de aangename gekte
die erop te vinden is. En ook nog:
Het zijn podiumdichters par excellence, maar evengoed schuwen ze het
hermetische gedicht niet.
Dit leest bijna als een
verantwoording, alsof er te twijfelen zou zijn aan de kwaliteit van hun werk,
alsof ze anders niet au sérieux zouden worden genomen? Van de kwaliteiten van
Frederik Lucien De Laere waren we al overtuigd – het goeie nieuws is dat de poëzie
van zijn kompanen niet minder boeiend is.
Wie nu precies welk gedicht
geschreven heeft, ontdek je pas achteraan in de bundel, waar ook wat korte info
staat over de deelnemers.
De gedichten zijn erg
verscheiden, van vitaal en met een rock and roll gehalte tot meer ingetogen.
Eén fragment, uit Babel van Denis S. M. Vercruysse:
5
en tussen al wat je voor me bent
ik hoor het mortel het melkzuureen stadsduif in brand gestoken
krijst overheen onze hoofden
we zijn weg van en voor elkaar
de koelte van een bijenkorfwaar het zonlicht op soepele
glasramen regenbogen buigt.
Er zijn geen woorden meer
voor ons maar wees gerust
het is het uur waarop alles goedkomt
maar niks nog blijkt te werkenals alibi voor de liefde
in dit welgemeende litteken:
we zijn het allerlaatste allebei.
Het venijnig gebroed brengt poëzie op drum ‘n bass-avonden, op erotische beurzen, in jeugdherbergen, op
festivals, in de kerk, op de kansel, in boksringen, op stellingen, in een
opera, op een lijnbus, in een planetarium, als pizzabezorgers, tijdens een
schaakwedstrijd,… lezen we in de inleiding. Misschien binnenkort bij u in
de buurt? U bent gewaarschuwd! Intussen kunt u zich te goed doen aan hun Opgezet spel – en met dat verblindend licht/ zo wordt de nacht weer uitgewist.
(Roger Nupie)