Yasmin Namavar (Amstelveen, 1983) is van Iraans-Nederlandse afkomst. Ze werkt als psychiater, was finalist van de El Hizjara Literatuurprijs 2022 en kreeg in 2024 de schrijversbeurs voor poëzie van Hollands Maandblad. Haar gedichten en essays verschenen in bladen als De Gids, Tirade, Hollands Maandblad en Poëziekrant.
Op de omslag wordt het woord ‘verblijf’ in kapitalen (VER) en in gewone letters (blijf) weergegeven. Afstand overheerst wat dichtbij is. Er is een voortdurende strijd tussen de horizon en dat wat aan je voeten ligt.
De citaten van Samuel Beckett en Virginia Woolf geven de tussenliggende en volgende gedichten nog meer gewicht. Ze zijn wegwijzers naar de queeste van de dichter. Richtinggevers naar diverse bestemmingen.
In het openingsgedicht Vingerafdrukken zegt de dichter:
…
desalniettemin ben ik bang voor vingerafdrukken, bijtwonden
op het lichaam van een dierbare, op het mijne
…
De gedichten zijn in twee delen, respectievelijk Deel I. HONGER en Deel II. WILDGROEI, ondergebracht. De bundel sluit af met het gedicht ZEEGAZELLE dat is opgedragen aan Ahoo Daryayi, een Iraanse vrouw die zich op 3 november 2024 tot op het ondergoed uitkleedde uit protest tegen een opmerking betreffende haar ‘incorrecte klederdracht’. Kort na het voorval werd ze gewelddadig aangehouden door de veiligheidsdienst van de universiteit.
De bundel is op een zeer bijzondere manier opgebouwd. Op de linker pagina, voorafgaand aan de gedichten staan verschillende ‘opdrachten’. De nacht was onze eerste opdracht. De ochtend werd onze tweede opdracht. De derde, vierde en vijfde opdracht kwamen steeds in tweedelig pak. Na twee jaar kwam ik bij opdracht zes. Pas bij de zevende opdracht begreep ik mijn taak. Het zijn intrigerende inleidingen.
Haar gedichten worden bevolkt door talloze dieren, die symbool staan voor vruchtbaarheid en verlies. Familie is belangrijk. Haar familie wordt, behalve dat ze genoemd wordt in de gedichten, heel tastbaar aanwezig en een rode draad. Haar beelden zijn gespierd en heel fysiek. Haar poëzie verhaalt, rekt, strekt zich uit, bakent niet af, geeft een inkijk in haar wezen. Dreiging en een soms unheimisch gevoel ontstaan als ze een dunne messnede kerft tussen lichamelijkheid en geweld. Ze geeft een overvloed aan details wat je de adem beneemt en dwingt om terug te grijpen naar het begin. In de aanloop naar de slotregels van de gedichten is zij uiterst passioneel om dan in die slotregels vaak te eindigen met een vraag, een tedere conclusie, een stap terug in de werkelijkheid. Er staat geen woord te veel in haar gedichten. Ze grijpt je bij de keel om te eindigen met een teder gebaar bijvoorbeeld Een hand die niet verloren ligt. Gedichten om te lezen en te herlezen. Ik was en ben meer dan blij verrast.
Een klein fragment, een vingerafdruk die nieuwsgierig maakt naar de hand en klimmend het lichaam en gravend: de ziel.
…
luister, ik ben de voetstappen waarin ik sta
vergeet, mijn voorouders koud
sleep mijn passen traag over schelpen
ik ben geen roofdier, ik ben een volgeling
….
VERblijf, Yasmin Namavar, Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam, 2025, ISBN 978 94 93397 08 8
(Frans August Brocatus)
