Hoe er dan iets helders ontstaat


Met Hoe er dan iets helders ontstaat is Jan Geerts aan zijn zesde bundel toe, een lijvige bundel van ruim 100 pagina’s. De indeling ervan is geïnspireerd door de techniek van het brief schrijven. Een aantal rubrieken, die beginnen met de titel Plaats en datum, gevolgd door Onderwerp, Aanspreking, een reeks Brieven aan, eindigend met Handtekening, Groet en een Ps. Elke rubriek bevat een aantal gedichten. Het is een duidelijk concept en er zou zo inderdaad iets helders kunnen ontstaan.

De lezing van de bundel laat echter een dubbel gevoel achter, niet in het minst door de binnenflaptekst, die dit poëtisch werk van Geerts niet alleen wil duiden maar ook een richting wil aanwijzen waarin het zou moeten gelezen worden met aangeven van zekere criteria van kwaliteit. Willens nillens geeft het aan de lezer een maatstaf mee waaraan hij/zij de bundel moet afwegen.

Zo lezen we Geerts’ gedichten klemmen en beklemmen. Ze halen de lezer in hun wereld binnen en laten hem er niet meer uit…Ze zijn eigenzinnig, beeldend en bijzonder diepgaand…(De bundel) bevat een aantal van de prachtigste liefdesgedichten die in onze taal zijn geschreven.

Als recensent heb je dan ook de neiging om de bundel hieraan te toetsen en helaas dan haalt de dichter de lat, die hij blijkbaar zelf hoog heeft gelegd, niet.

Het doet op zich niets af van de poëtische kwaliteiten, die de schriftuur van Geerts ongetwijfeld heeft. We lezen prachtig beeldende verzen zoals: men had ons gezegd, de zee is een plek / waarin mensen verdwijnen, we moesten / een kind laten gaan, we wilden dat de lippen / van het water zacht waren /…/ we wilden het land, we waren de zee (uit Vluchtelingenbrieven).

Het wordt evenwel problematisch wanneer je bij de lezing, vooral van de liefdesgedichten, geconfronteerd wordt met steeds maar dezelfde beelden, zoals in Brieven aan Anna Karenina, die doorklinken in Brieven aan Ilse en dan weer herhaald worden in Handtekening. Bovendien is het clichématige nooit veraf: nog nooit was vuur zo koud (pagina 50); voor niets ging de zon / op en onder en opnieuw…wij zwegen u dood, tot stof en as / keerden wij terug, (bladzijde 75); al dagen ligt je bril naast je bed / gezichtsverlies te lijden (pagina 81); sterven vraagt geduld, sterven is een werk van jaren, vandaag (pagina 82). Het zijn maar een paar voorbeelden van hoe de dichter het zich zo wel erg gemakkelijk maakt. De herhaling en de tegenstelling worden gebruikt als een systeem en worden al lezend zo voorspelbaar dat ze gaan vervelen en de aandacht afleiden van de essentiële boodschap van het gedicht.

Het wordt echt pijnlijk, wanneer je vaststelt dat de dichter zich niet schaamt voor het plagiëren. We kennen allemaal het inmiddels befaamde vers van Lucebert: Alles van waarde is weerloos. Welnu Geerts gebruikt/parafraseert het ongegeneerd zonder bronvermelding tweemaal: alles van aarde is weerloos (bladzijde 49); …van de wereld alles van waarde / van de sterren mijn plaats hier beneden op aarde ( pagina 61). Het gedicht Brief aan de dood doet dan weer denken aan verzen op websites van begrafenisondernemers.

Dit alles is bijzonder jammer want zo ondergraaft Geerts zijn eigen kwaliteiten als dichter. Hij had bij het samenstellen van deze bundel veel meer zelfkritisch moeten zijn, meer moeten schrappen en niet alles willen publiceren, wat op zijn schrijftafel lag. Kill your darlings zegt men in het Engels en In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister is een wijze uitspraak van Goethe. Het had een mooie pakkende bundel kunnen worden maar helaas hij beklemt niet en de diepgang is soms ver te zoeken. Hij geraakt niet over de lat van de flaptekst.


Hoe er dan iets helders ontstaat
, Jan Geerts, Uitgeverij P, Leuven, 2023, ISBN 978-94-93138-59-9

(Richard Foqué)